Ellen (64)

‘Het was echt riant, met alles voor jezelf’

Aan het eind van haar studententijd verhuisde Ellen (toen 25, nu 64) naar het Rivierenhuis. Haar eerste eigen woning. Klein vond ze het helemaal niet. Haar huiskamerkoor met twintig zangers kon er makkelijk repeteren.

Waarom ben je in het Rivierenhuis gaan wonen?

Ik studeerde Engels en woonde in een studentenhuis in de Blasiusstraat. Heel gezellig, maar ik had een kleine kamer en we deelde douche en wc met zijn vieren. Op een gegeven moment heb je dat wel gezien. Mijn toenmalig vriend woonde al in het Rivierenhuis en hij tipte me. Ik kan me niet precies herinneren hoe het ging, maar ik kreeg die woning vrij makkelijk. Ik stond al een tijd ingeschreven. Mijn vriend woonde op een andere verdieping in de andere vleugel. Dan liep ik met een pakje margarine van de ene naar de andere woning. Het was echt living apart together.

Wat vond je van het gebouw?

Eerlijk gezegd niet zo mooi. Ik vond het kolossaal en een beetje plomp. Nu zie ik die schuine pilaren bij de ingang, daar had ik toen geen oog voor. In de centrale entree kwam ik eigenlijk nooit, want ik nam een ander trappenhuis vanuit de fietsenkelder. Het was er altijd erg stil. Ik hoorde nooit iets van mijn buren. De voordeur van mijn woning was aan een gang met geel zeil. Het leek wel een bejaardenhuis. Er woonden ook veel oudere mensen. Pas later kwam er een andere student naast me wonen. Beneden bij de kapper zag je allemaal dames zitten voor een permanentje.

Hoe was de woning?

Voor een student was het echt riant, met alles voor jezelf. Ik had een redelijk grote woonkamer met de slaapkamer eraan vast. De schuifdeur met glas erin stond altijd open. Ik had nog bijna geen meubels. Ik kocht een ronde witte tafel met vier stoelen en uit het huis van mijn ouders kreeg ik een setje rotan stoeltjes. Mijn moeder heeft de kussentjes met blauwe stof bekleed. Zij maakte ook gordijnen voor me. De woning was heel licht. Een heel verschil met die sombere gang. Ik zat op de vierde verdieping en had een vrij uitzicht over het De Mirandabad richting de Amstel. Met prachtige bomen die in de herfst mooi verkleurden. Echt grandioos.

Waren er ook minpunten?

Het keukentje was heel basic, maar prima. In de woninginformatie noemden ze het balkonnetje ‘de loggia’. Daar moesten we altijd erg om lachen. Er kon maar één stoel op en het zat vol met duiven. Ik kwam er alleen om vuil in de stortkoker te gooien; van vier hoog naar beneden. Op de muur van de badkamer zat een soort stuclaag. Dat was los gegaan en zat onder de schimmel. Toen ik dat meldde bij de woningbouwvereniging zeiden ze dat ik het zelf moest oplossen. Ik kocht een spuitbus met van die chemische troep. Dat sloeg op mijn keel, ik krijg het nog benauwd als ik eraan terugdenk. En het hielp niks.

Wat vond je van de buurt?

Die was een beetje saai in vergelijking met de Blasiusstraat. Later ben ik naar de Vechtstraat verhuisd, dat was wat levendiger. De ligging was wel heel fijn. Ik ging graag wandelen of fietsen langs de Amstel. Je was echt zo de stad uit. Voor mijn studie moest ik veel Engelse literatuur lezen. Dat deed ik dan op een bankje in de rozentuin in het Amstelpark.