Amy (92)

‘Ik klaagde niet, je was al lang blij dat je een flatje had’

Het Rivierenhuis was nog niet eens helemaal klaar toen Amy  (92) er ging wonen. In maart 1965 verhuisde ze naar een tweekamerwoning op de achtste verdieping. ‘Hierboven op de negende werd nog gebouwd. De herrie was toen oorverdovend.’

Hoe woonde je voordat je naar het Rivierenhuis kwam?

Ik huurde een kamer in de Rustenburgerstraat bij een heel aardige hospita. We deelden de keuken en ik had een oliestelletje op mijn kamer. Er was geen douche en geen warm water. Als ik me ging wassen, deed ik het gordijn bij de keuken dicht en zette een ketel water op het vuur. Beneden was een kruidenier. Die had een telefoon. Dat was belangrijk, want zo was ik bereikbaar voor familie en werk. Ik werkte in de jeugdzorg en deed een opleiding voor maatschappelijk werk. Later werd ik maatschappelijk werkster bij het AMC.

Hoe hoorde je van het Rivierenhuis?

Ik werd lid van de ACOB om een flatje te krijgen. Ik had de kweekschool gedaan, dus dat kon. Eerst kreeg ik een van die studentenkamers toegewezen. Dat vond ik niets: het was heel klein en dan moest ik nog steeds de badkamer en wc delen. Later kreeg ik een tweekamerwoning aangeboden. Veel tijd om te verhuizen had ik niet. Een buurvrouw van 3-hoog op de Rustenburgerstraat heeft me nog geholpen met schoonmaken.

Hoe zag je woning er toen uit?

De afwerking was niet zo goed. Er zat veel scheuren in de muren. Daar heb ik kasten voor gezet. Ik klaagde niet bij de ACOB, je was al lang blij dat je een flatje had. Op eigen kosten heb ik de badkamer en de keuken tot aan het plafond laten betegelen. Tussen de woonkamer en de slaapkamer was een schuifdeur. Er waren losse kasten van de woningbouwvereniging en er was maar één stopcontact in de kamer. Ik had een onderschuifbed. Dan had je een extra matras als er iemand kwam logeren. Ik was actief in de Doopsgezinde kerk en soms kreeg ik gasten uit het buitenland.

Had je veel contact met de buren?

Er kwamen allemaal jonge mensen in de nieuwe flat en met een aantal heb ik vriendschap gesloten. Ik kwam ook iemand tegen met wie ik nog op de kweekschool had gezeten. Maar verder had ik mijn handen vol aan mijn werk. Ik was doodmoe als ik thuiskwam en dan moest ik nog studeren. Daarom was het fijn dat ik nu een eigen plek had. In de hoek stond een bureautje met een typemachine, waarop ik mijn verslagen maakte. Soms nodigde ik mijn studieclubje met mannelijke klasgenoten uit. Ik maakte dan een grote pan soep en luisterde mee terwijl zij discussieerden over de boeken waarover we tentamen moesten doen. Ik haalde een ruime voldoende en het kostte me alleen een paar vuile kommetjes.

Wat merkte je van de verbouwing?

In het begin kon ik nog in mijn eigen woning blijven. Ik had zicht op de steigers bij de andere vleugel. Ze begonnen al heel vroeg in de ochtend. Er was veel lawaai, maar ik besloot me ervoor af te sluiten. Ik hield de ramen dicht. Dat was in de zomer wel een beetje benauwd.

Eind 2024 moest ook mijn woning worden leeggeruimd. Ik zou naar een wisselwoning gaan en daarna weer terug. Maar ik ben erg achteruitgegaan. Nu woon ik in een zorgwoning in De Pijp, maar ik mis het Rivierenhuis heel erg.

Amy is in oktober 2025 overleden. Zij heeft deze tekst nog gelezen.