Onze financien

DAEB

 
“Uit onze ervaringen over het afgelopen jaar is echter ook gebleken dat een deel van de administratieve lastenstijging structureel van aard is. ”

Woningcorporaties moesten hun diensten van algemeen economisch belang (DAEB) voor 1 januari 2018 scheiden van de andere (niet-DAEB) activiteiten. Deze scheiding kon op verschillende manieren. Wij kozen voor een administratieve scheiding. Dat betekent dat onze sociale huurwoningen, midden segment huurwoningen, Het realiseren van deze scheiding ging gepaard met hoge (eenmalige) administratieve lasten.parkeerplaatsen en bedrijfsonroerendgoed in de woningstichting blijven. Bij een juridische scheiding zouden deze in een andere entiteit (bijvoorbeeld een BV) zijn ondergebracht.

Het realiseren van deze scheiding ging gepaard met hoge (eenmalige) administratieve lasten. Uit onze ervaringen over het afgelopen jaar is echter ook gebleken dat een deel van de administratieve lastenstijging structureel van aard is. Zo is onder andere de omvang en complexiteit van onze management- en verantwoordingsinformatie toegenomen. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de winst- en verliesrekening, waar voorheen één volstond zijn dat er nu drie geworden: één voor DAEB, één voor niet-DAEB en één voor de overkoepelende woningstichting.

Verplichte fictieve lening

De scheiding heeft ook consequenties voor de manier waarop wij onze activiteiten financieren. Zo is er tijdens de scheiding een verplichte fictieve lening toegekend van de DAEB aan de niet-DAEB. De aflossing hiervan volgt een vanuit de toezichthouders voorgeschreven patroon. Als gevolg van de aflossing van deze fictieve lening ontstaat een daadwerkelijke financieringsbehoefte in de niet-DAEB. Zodoende worden wij op het overkoepelende niveau van de woningstichting geconfronteerd met een financieringslast die hoger is dan strikt noodzakelijk. Bovendien blijkt het aantrekken van ongeborgde financiering minder eenvoudig en kostbaarder dan in eerste instantie werd gedacht.